Wanneer u Photoshop start, wordt het deelvenster Gereedschappen links in het scherm weergegeven. Sommige gereedschappen in het deelvenster Gereedschappen hebben opties die in de contextgevoelige optiebalk worden weergegeven.

U kunt bepaalde gereedschappen uitvouwen, zodat verborgen onderliggende gereedschappen zichtbaar worden. Een kleine driehoek rechts onder in het gereedschapspictogram geeft aan dat er verborgen gereedschappen zijn.

U kunt informatie over elk gereedschap bekijken door de aanwijzer erop te plaatsen. De naam van het gereedschap verschijnt als knopinfo onder de aanwijzer.

U vindt een visueel overzicht van de verschillende gereedschappen in Photoshop in Gereedschapsgalerieën.

Met Photoshop Mix kunt u niet-destructieve verbeteringen in foto's aanbrengen, selecties maken, afbeeldingen uitknippen of combineren en veel meer doen rechtstreeks vanaf uw iPhone of iPad.

Lees meer en download Photoshop Mix.


Gereedschappen selecteren en weergeven

Een gereedschap selecteren

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op een gereedschap in het deelvenster Gereedschappen. Als rechts onder in het pictogram een driehoekje wordt weergegeven, houdt u de muisknop ingedrukt om verborgen gereedschappen weer te geven. Klik vervolgens op het gewenste gereedschap.
    • Druk op de sneltoets voor het gereedschap. De sneltoets wordt weergegeven in de knopinfo. U kunt bijvoorbeeld het gereedschap Verplaatsen selecteren door op de letter 'V' te drukken.

    Opmerking:

    Als u een sneltoets ingedrukt houdt, kunt u tijdelijk overschakelen op een gereedschap. Als u de sneltoets weer loslaat, wordt het gereedschap dat u voor de tijdelijke overstap gebruikte weer geactiveerd.

Toegang tot gereedschappen

A. Deelvenster Gereedschappen B. Het actieve gereedschap C. De verborgen gereedschappen D. De naam van het gereedschap E. De sneltoets van een gereedschap F. Driehoekje voor verborgen gereedschappen 

Verborgen gereedschappen doorlopen

Standaard kunt u de verborgen gereedschappen doorlopen door Shift ingedrukt te houden en meerdere malen op een sneltoets voor een gereedschap te drukken. Als u de gereedschappen liever doorloopt zonder Shift ingedrukt te houden, kunt u deze voorkeur uitschakelen.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS).
  2. Schakel Shift-toets voor wisselen van gereedschap uit.

Aanwijzers van gereedschappen wijzigen

Elke standaardaanwijzer heeft zijn eigen hotspot, de plaats waar een effect of handeling in de afbeelding begint. Bij de meeste gereedschappen kunt u overschakelen op precisiecursors waarvan het dradenkruis de hotspot is.

In de meeste gevallen is de aanwijzer van een gereedschap identiek aan het pictogram van dat gereedschap, u ziet die aanwijzer als u het gereedschap selecteert. Het dradenkruis is de standaardaanwijzer voor de selectiekadergereedschappen.; voor het tekstgereedschap is de standaardaanwijzer de I-vormige cursor ; en voor de tekengereedschappen is de standaardaanwijzer het pictogram Penseelgrootte.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Cursors (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Cursors (Mac OS).
  2. Kies de gewenste aanwijzerinstellingen voor Tekencursors of Andere cursors:

    Standaard

    Geeft aanwijzers weer als gereedschapspictogrammen.

    Exact

    Geeft aanwijzers weer als een dradenkruis.

    Standaardpenseeluiteinde

    De rand van de aanwijzer correspondeert met ongeveer 50% van het gebied waar het gereedschap invloed op heeft. Deze optie toont de pixels die zichtbaar worden beïnvloed.

    Penseeluiteinde van volledige grootte

    De rand van de aanwijzer correspondeert met ongeveer 100% van het gebied dat het gereedschap beïnvloedt, of bijna alle pixels die worden beïnvloed.

    Dradenkruis tonen in penseeluiteinde

    Geeft dradenkruis weer in het midden van het penseel.

    Alleen dradenkruis tonen tijdens tekenen

    Hiermee krijgt u betere resultaten als u grote penselen gebruikt.

  3. Klik op OK.

De opties bij Tekencursors bepalen de aanwijzers voor de volgende gereedschappen:

Gummetje, Potlood, Penseel, Retoucheerpenseel, Kloonstempel, Patroonstempel, Snelle selectie, Natte vinger, Vervagen, Verscherpen, Tegenhouden, Doordrukken en Spons

De opties bij Andere cursors bepalen de aanwijzers voor de volgende gereedschappen:

Selectiekader, Lasso, Veelhoeklasso, Toverstaf, Uitsnijden, Segment, Reparatie, Pipet, Pen, Verloop, Lijn, Emmertje, Magnetische lasso, Magnetische pen, Pen voor vrije vorm, Meetlat en Kleurenpipet.

Opmerking:

U kunt wisselen tussen standaardcursors en precisiecursors als aanwijzer voor bepaalde gereedschappen door op Caps Lock te drukken.

Visueel het formaat of de hardheid van de tekencursors wijzigen

U kunt het formaat of de hardheid van een tekencursor wijzigen door in de afbeelding te slepen. Tijdens het slepen geeft de tekencursor een voorvertoning van uw wijzigingen weer. (Voor voorvertoningen is OpenGL vereist.)

  1. Klik met de rechtermuisknop en houd Alt ingedrukt (Windows) of houd Control en Option ingedrukt (Mac OS) en sleep naar links of rechts om het formaat van een cursor te wijzigen. Sleep omhoog of omlaag om de hardheid te wijzigen.

De optiebalk gebruiken

De optiebalk verschijnt onder de menubalk boven in de werkruimte. De optiebalk is contextgevoelig, deze verandert namelijk als u verschillende gereedschappen selecteert. Bepaalde instellingen in de optiebalk (zoals tekenmodi en dekking) worden gebruikt voor verschillende gereedschappen, terwijl andere instellingen specifiek zijn bedoeld voor één gereedschap.

Met behulp van de greep kunt u de optiebalk in de werkruimte verplaatsen en aan de onder- of bovenkant van het scherm koppelen. Wanneer u de aanwijzer op een gereedschap plaatst, wordt er knopinfo voor het gereedschap weergegeven. Kies Venster > Opties om de optiebalk te tonen of te verbergen.

De optiebalk van het gereedschap Lasso

A. Greep B. Knopinfo 

Om de standaardinstellingen van gereedschappen te herstellen, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Control ingedrukt en klikt u (Mac OS) op het gereedschapspictogram op de optiebalk en kiest u Gereedschap herstellen of Alle gereedschappen herstellen in het contextmenu.

Voor meer informatie over instellingsopties voor een bepaald gereedschap kunt u de naam van het gereedschap opzoeken in de Help bij Photoshop.

Voorinstellingen voor gereedschappen

Met voorinstellingen voor gereedschappen kunt u gereedschapsinstellingen opslaan en hergebruiken. U kunt bibliotheken met voorinstellingen voor gereedschappen maken, laden en bewerken met de voorinstellingenkiezer op de optiebalk, met het deelvenster Voorinstellingen gereedschap en met Beheer voorinstellingen.

Als u een voorinstelling voor een gereedschap wilt kiezen, klikt u op de voorinstellingenkiezer in de optiebalk en selecteert u een voorinstelling in het pop-updeelvenster. U kunt ook Venster > Voorinstellingen gereedschap kiezen en vervolgens een voorinstelling selecteren in het deelvenster Voorinstellingen gereedschap.

De voorinstellingenkiezer voor gereedschappen weergeven

A. Klik op de voorinstellingenkiezer voor gereedschappen op de optiebalk om het pop-updeelvenster Voorinstellingen gereedschap weer te geven. B. Selecteer een voorinstelling om de opties voor het gereedschap te wijzigen in de voorinstellingen. Elke keer dat u het gereedschap selecteert, worden deze instellingen gebruikt, totdat u Gereedschap herstellen in het deelvenstermenu kiest. C. Schakel dit selectievakje uit om alle voorinstellingen voor gereedschappen weer te geven. Schakel het selectievakje in om alleen voorinstellingen weer te geven voor het gereedschap dat is geselecteerd in de gereedschapset. 

Voorinstellingen voor een gereedschap maken

  1. Kies een gereedschap en selecteer de opties die u als voorinstelling wilt opslaan in de optiebalk.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de knop Voorinstellingen gereedschap naast het gereedschap, links op de optiebalk.
    • Kies Venster > Voorinstellingen gereedschap om het deelvenster Voorinstellingen gereedschap weer te geven.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de knop Nieuwe voorinstelling voor gereedschap maken .
    • Kies Nieuwe voorinstelling gereedschap in het deelvenstermenu.
  4. Geef een naam op voor de voorinstelling en klik op OK.

De lijst met voorinstellingen voor gereedschappen wijzigen

  1. Klik op het driehoekje om het pop-upmenu van het deelvenster Voorinstellingen gereedschap te openen en kies een van de volgende opties:

    Alle voorinstellingen gereedschap tonen

    Toont alle geladen voorinstellingen.

    Sorteren op gereedschap

    Voorinstellingen worden per gereedschap gesorteerd.

    Voorinstellingen huidig gereedschap tonen

    Toont alleen de geladen voorinstellingen voor het actieve gereedschap. U kunt ook de optie Alleen huidig gereedschap selecteren in het pop-updeelvenster Voorinstellingen gereedschap.

    Alleen tekst, Kleine lijst of Grote lijst

    Bepaalt hoe voorinstellingen worden weergegeven in het pop-updeelvenster.

    Opmerking:

    Zie Werken met Beheer voorinstellingen voor informatie over het maken, laden en beheren van bibliotheken met voorinstellingen voor gereedschappen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid