Handboek Annuleren

Tekenen met de pentools

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    5. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    6. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
    7. Raster en hulplijnen
    8. Handelingen maken
    9. Ongedaan maken en historie
    10. Standaardsneltoetsen
    11. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
  5. Photoshop op internet (bèta)
    1. Veelgestelde vragen | Photoshop op internet (bèta) 
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet (bèta)
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet (bèta)
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet (bèta)
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren
  24. Content Authenticity
    1. Meer informatie over inhoudreferenties
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  25. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Photoshop 3D | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn
    2. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    3. 3D-objecten afdrukken
    4. Tekenen in 3D
    5. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    6. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    7. 3D renderen en opslaan
    8. 3D-objecten en -animaties maken
    9. Afbeeldingsstapels
    10. 3D-workflow
    11. Metingen
    12. DICOM-bestanden
    13. Photoshop en MATLAB
    14. Objecten in een afbeelding tellen
    15. 3D-objecten combineren en omzetten
    16. Structuren bewerken in 3D
    17. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    18. Instellingen van het 3D-deelvenster

Photoshop biedt meerdere pennen voor verschillende toepassingen en creatieve stijlen:

  • Met de krommingspen kunt u intuïtief rondingen en rechte lijnsegmenten tekenen.
  • Met de standaardpen kunt rechte lijnen en rondingen zeer precies tekenen.
  • Met de pen voor vrije vorm kunt u tekenen alsof u met potlood op papier werkt. 
  • Met de opties voor de magnetische pen kunt u een pad tekenen dat zich vastzet aan de randen van bepaalde gebieden in de afbeelding. 
  • Met de tool Traceren met behoud van inhoud kunt u het proces voor het overtrekken van afbeeldingen automatiseren. (Technology Preview)

Met de toetscombinatie Shift+P kunt u de tools in de pengroep doorlopen.

De pennen met de toetscombinatie Shift+P doorlopen

U kunt de pentools in combinatie met de vormtools gebruiken om ingewikkelde vormen te maken. Zie Tekenmodi voor meer informatie over de modi waarin u met de pentools.

Opmerking:

Voordat u met de pentool tekent, kunt u een nieuw pad maken in het deelvenster Paden, zodat het tijdelijke pad automatisch wordt opgeslagen als een pad met een naam.

De tool Traceren met behoud van inhoud

De tool Traceren met behoud van inhoud  wordt geïntroduceerd als een Technology Preview in de Photoshop-versie van oktober 2020. Deze tool biedt u de mogelijkheid om vectorpaden en selecties te maken door simpelweg de randen van de afbeelding aan te wijzen en erop te klikken.

U kunt de tool Traceren met behoud van inhoud inschakelen in Voorkeuren > Technology Previews, waarna u Photoshop opnieuw start.

 

Probeer de tool Traceren met behoud van inhoud uit door de onderstaande vijf eenvoudige stappen te volgen:

 

  1. Selecteer in de Pen-toolgroep de tool Traceren met behoud van inhoud.

    De tool Traceren met behoud van inhoud
    De tool Traceren met behoud van inhoud

  2. Plaats de cursor op de rand van een object om het object te markeren.

    Traceerpentool voor behouden van inhoud
    Randen van afbeeldingen markeren

    Opmerking:

    Verschillende zoomniveaus beïnvloeden de manier waarop Photoshop uw afbeelding waarneemt en dus ook hoe de tool randen herkent.

    Als u bijvoorbeeld met een afbeelding met een lagere resolutie werkt, kan Photoshop gemakkelijker een rand herkennen als u uitzoomt. Als u inzoomt (100% of meer), gebruikt de tool de standaardresolutie van 1-1 pixels voor het identificeren van de randen.

  3. Klik op de gemarkeerde sectie om een pad te maken.

    De tool Traceren met behoud van inhoud
    Klik op gemarkeerde randen om een pad te maken

  4. Als u het pad wilt toevoegen, plaatst u de muisaanwijzer boven een aangrenzende rand om een nieuwe sectie te markeren en houdt u Shift ingedrukt terwijl u klikt om het pad uit te breiden. De roze lijn die verschijnt, geeft aan dat u aan het bestaande pad een nieuwe sectie toevoegt.

    De tool Traceren met behoud van inhoud
    Houd Shift ingedrukt en klik om uw pad uit te breiden

  5. Als u een gebied uit het pad wilt verwijderen, houdt u tijdens het klikken Alt (Windows) of Option (Mac) ingedrukt. U kunt ook in een bepaalde richting klikken en slepen om grotere secties te verwijderen.

    Traceerpentool voor behouden van inhoud
    Gebruik tijdens het klikken Alt of Option om een gedeelte van het pad te verwijderen

Detail

Wanneer u de schuifregelaar Detail verschuift, wordt in Photoshop een voorvertoning weergegeven van de randen die Photoshop waarneemt. Als u de schuifregelaar naar rechts verplaatst, wordt de hoeveelheid randen die Photoshop waarneemt groter. Door de schuifregelaar naar links te verplaatsen, neemt het aantal waargenomen randen af.

Schuifregelaar Detail
Schuifregelaar Detail

Traceren

Met de traceermodi (Gedetailleerd, Normaal en Vereenvoudigd) bepaalt u de mate van details en ruis van de afbeelding voordat het overtrekken wordt verwerkt.

Traceren
Traceermodi

Gebruik Traceren samen met de schuifregelaar Detail om het gewenste aantal randen te laten waarnemen.

Krommingspen

Dankzij de krommingspen kunt u met evenveel gemak vloeiende rondingen en rechte lijnsegmenten tekenen. Verfijn moeiteloos uw foto's met aangepaste vormen of nauwkeurige paden, dankzij deze intuïtieve tool. Daarbij kunt u vloeiende punten en hoekpunten maken, ertussen wisselen, ze bewerken, toevoegen of verwijderen zonder van tool te wisselen.

  1. In de Pen-toolgroep selecteert u de krommingspen.

  2. Het eerste ankerpunt maakt u door ergens in het document te klikken of tikken.

  3. Klik/tik opnieuw om het tweede ankerpunt te maken en het eerste segment van het pad te voltooien. Klik eenmaal (standaard) als het volgende segment een ronding moet worden. Dubbelklik wanneer u als volgende segment een recht segment wilt tekenen.

    Opmerking:

    Het eerste segment van uw pad wordt eerst altijd weergegeven als een rechte lijn op het canvas. Het wordt later aangepast, naargelang u erna een gebogen of recht segment tekent. Als het volgende segment dat u tekent, gebogen is, wordt het eerste segment vloeiend gemaakt ten opzichte van het volgende segment.

  4. (Gebogen pad) Met een muis of apparaat met aanraakfunctie sleept u de aanwijzer om het volgende segment van uw pad te tekenen. Terwijl u de muisknop indrukt, optimaliseert u de ronding van het segment. Het vorige segment wordt automatisch aangepast om de ronding vloeiend te maken.

    Optimaliseer de ronding van het segment terwijl u de muis knop indrukt.

  5. (Gebogen pad) Laat de muisknop los om het ankerpunt neer te zetten en het tweede segment te voltooien.

  6. Teken extra segmenten en voltooi het pad.

  7. Wanneer u klaar bent met tekenen, drukt u op de Esc-toets.

Tips voor het werken met de krommingspen

  • Terwijl u een ankerpunt neerzet, klikt u eenmaal wanneer u als volgende segment van uw pad een gebogen segment wilt. Dubbelklik wanneer u als volgende segment een recht segment wilt tekenen. Photoshop maakt dan vloeiende punten of hoekpunten, al naar gelang.
  • Om een vloeiend ankerpunt om te zetten in een hoekpunt en omgekeerd dubbelklikt u op het punt.
  • U verplaatst een ankerpunt door het te verslepen.
  • U verwijdert een ankerpunt door erop te klikken en vervolgens op de Delete-toets te drukken. Het ankerpunt wordt verwijderd, maar de curve blijft behouden, aangepast ten opzichte van de resterende ankerpunten.
Extra ankerpunt

Extra ankerpunt verwijderd; de curve wordt aangepast

  • Sleep een ankerpunt om het pad aan te passen. Wanneer u een padsegment op deze manier aanpast, worden de aangrenzende padsegmenten automatisch aangepast (elastiek-effect).
  • U voert een extra ankerpunt in door midden in een padsegment te klikken.
Elastiek-effect

Tool Pen

Rechte lijnsegmenten tekenen

Het eenvoudigste pad dat u met de standaardpen kunt tekenen, is een rechte lijn. Dit doet u door met de pen te klikken om twee ankerpunten te maken. Als u nog een aantal keren klikt, maakt u een pad dat bestaat uit rechte-lijnsegmenten die via hoekpunten zijn verbonden.

De tool Pen in Photoshop
Klik op de tool Pen om rechte segmenten te tekenen.

  1. Selecteer de tool Pen.
  2. Plaats de tool Pen op de plaats waar het rechte segment moet beginnen en klik om het eerste ankerpunt te bepalen (sleep niet).
    Opmerking:

    Het eerste segment dat u tekent, wordt pas zichtbaar wanneer u het tweede ankerpunt hebt geplaatst. (Selecteer de optie Elastisch in Photoshop om padsegmenten te bekijken.) Als er richtingslijnen verschijnen, hebt u per ongeluk met de tool Pen gesleept. Kies Bewerken > Ongedaan maken en klik nogmaals.

  3. Klik nogmaals op de plaats waar het segment moet eindigen of houd Shift ingedrukt en klik om de hoek van het segment te beperken tot een veelvoud van 45°.
  4. Klik nogmaals om ankerpunten voor aanvullende rechte segmenten in te stellen.

    Het laatste ankerpunt dat u toevoegt, wordt altijd als een effen vierkantje weergegeven, waarmee wordt aangegeven dat het ankerpunt is geselecteerd. Zodra u het volgende ankerpunt toevoegt, wordt de selectie van het vorige ankerpunt opgeheven en wordt een leeg vierkantje weergegeven.

  5. Voltooi het pad op een van de volgende manieren:
    • Plaats de tool Pen op het eerste (lege) ankerpunt om het pad te sluiten. Er wordt een kleine cirkel weergegeven naast de aanwijzer van de tool Pen wanneer deze op de juiste plaats staat. Klik of sleep om het pad te sluiten.

    • Als u het pad geopend wilt houden, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u op een willekeurige plaats uit de buurt van de objecten.

    U kunt het pad ook geopend houden door een andere tool te selecteren.

Curven tekenen met de tool Pen

U maakt curven door ankerpunten toe te voegen op plaatsen waar een curve van richting verandert en de richtingslijnen te slepen die de curven hun vorm geven. De lengte en hellingshoek van de richtingslijnen bepalen de vorm van de curve.

Curven zijn eenvoudiger te bewerken en het systeem kan ze sneller weergeven en afdrukken als u ze met zo weinig mogelijk ankerpunten tekent. Wanneer u te veel punten gebruikt, kunnen er ongewenste oneffenheden in een curve ontstaan. Teken de ankerpunten daarom ver uit elkaar en oefen in het maken van curven door de lengten en de hoeken van de richtingslijnen aan te passen.

  1. Selecteer de tool Pen.
  2. Plaats de tool Pen op de plaats waar de curve moet beginnen en houd de muisknop ingedrukt.

    Het eerste ankerpunt wordt weergegeven en de aanwijzer van de tool Pen verandert in een pijlpunt. (In Photoshop verandert de aanwijzer pas nadat u met slepen bent begonnen.)

  3. Sleep met de pijlpunt om de helling in te stellen van het gebogen segment dat u maakt en laat de muisknop los.

    Over het algemeen verlengt u de richtingslijn met ongeveer een derde van de afstand tot het volgende ankerpunt dat u wilt tekenen. (U kunt een of beide kanten van de richtingslijn later aanpassen.)

    Houd Shift tijdens het slepen ingedrukt om de tool te beperken tot veelvouden van 45°.

    Het eerste punt in een curve tekenen met de tool Pen in Photoshop
    Het eerste punt in een curve tekenen

    A. De tool Pen plaatsen B. Beginnen met slepen (muisknop ingedrukt) C. Slepen om richtingslijnen te verlengen 

  4. Plaats de tool Pen op de plaats waar het gebogen segment moet eindigen en voer vervolgens een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een curve wilt maken in de vorm van een C, sleept u in de tegengestelde richting van de vorige richtingslijn. Laat vervolgens de muisknop los.

    Het tweede punt in een curve tekenen met de tool Pen in Photoshop
    Het tweede punt in een curve tekenen

    • Als u een curve in de vorm van een S wilt maken, sleept u in dezelfde richting als de vorige richtingslijn. Laat vervolgens de muisknop los.

    Een S-curve tekenen met de tool Pen in Photoshop
    Een S-curve tekenen

    Opmerking:

    Als de curve een scherpe hoek moet maken, laat u de muisknop los. Vervolgens houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleept u het richtingspunt in de richting van de curve. Laat Alt (Windows) of Option (Mac OS) en de muisknop los, verplaats de aanwijzer naar de plaats waar het segment moet eindigen en sleep in tegengestelde richting om het curvesegment te voltooien.

  5. Ga door met slepen met de tool Pen vanaf verschillende locaties om een reeks vloeiende curven te maken. U plaatst ankerpunten aan het begin en het einde van elke curve en niet bij de punt van de curve.
    Opmerking:

    Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep richtingslijnen om de richtingslijnen van een ankerpunt te doorbreken.

  6. Voltooi het pad op een van de volgende manieren:
    • Plaats de tool Pen op het eerste (lege) ankerpunt om het pad te sluiten. Er wordt een kleine cirkel weergegeven naast de aanwijzer van de tool Pen wanneer deze op de juiste plaats staat. Klik of sleep om het pad te sluiten.

    • Als u het pad geopend wilt houden, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u op een willekeurige plaats uit de buurt van de objecten, of u selecteert een andere tool.

Rechte lijnen tekenen, gevolgd door curven

  1. Klik met de tool Pen hoekpunten op twee plaatsen om een recht segment te maken.
  2. Plaats de tool Pen op het geselecteerde eindpunt. Er wordt een schuin streepje weergegeven naast de tool Pen. Als u de helling van het volgende gebogen segment wilt instellen, klikt u op het ankerpunt en sleept u de richtingslijn die verschijnt.

    Een recht segment tekenen, gevolgd door een gebogen segment met de tool Pen in Photoshop
    Een recht segment tekenen, gevolgd door een gebogen segment (deel 1)

    A. Voltooid recht segment B. De pen op een eindpunt plaatsen C. Het richtingspunt slepen 

  3. Plaats de pen op de plaats waar het volgende ankerpunt moet komen en klik (en sleep desgewenst) het nieuwe ankerpunt om de curve te voltooien.
    Een recht segment tekenen, gevolgd door een gebogen segment met de tool Pen in Photoshop
    Een recht segment tekenen, gevolgd door een gebogen segment (deel 2)

    A. De tool Pen plaatsen B. De richtingslijn slepen C. Het nieuwe gebogen segment is voltooid 

Curven tekenen, gevolgd door rechte lijnen

  1. Sleep met de tool Pen om het eerste boogpunt van het gebogen segment te maken en laat de muisknop los.
  2. Zet de tool Pen op de plaats waar het gebogen segment moet eindigen, sleep om de curve te voltooien en laat de muisknop los.
  3. Selecteer de tool Ankerpunt omzetten in de toolset en klik op het geselecteerde eindpunt om het van een vloeiend punt om te zetten in een hoekpunt.
    Opmerking:

    Druk op Alt (Windows) of Option (Mac OS) om de pentool tijdelijk om te zetten in de tool Ankerpunt omzetten.

  4. Selecteer de pentool in de toolset, plaats de pentool op de positie waar u het rechte segment wilt laten eindigen en klik om het rechte segment te voltooien.

Twee gebogen segmenten tekenen die via een hoek met elkaar zijn verbonden

  1. Sleep met de tool Pen om het eerste boogpunt van een gebogen segment te maken.
  2. Plaats de tool Pen opnieuw en sleep om een curve met een tweede boogpunt te maken. Houd vervolgens Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep de richtingslijn naar het andere uiteinde om de helling van de volgende curve in te stellen. Laat de toets en de muisknop los.

    Het boogpunt wordt nu omgezet in een hoekpunt door de richtingslijnen te splitsen.

  3. Plaats de tool Pen op de positie waar u het tweede gebogen segment wilt beëindigen en sleep een nieuw boogpunt om het tweede gebogen segment te maken.
Twee curven tekenen met de tool Pen in Photoshop
Twee curven tekenen

A. Een nieuw boogpunt slepen B. Op Alt/Option drukken om richtingslijnen te splitsen tijdens het slepen en het richtingspunt omhoog te buigen C. Resultaat na opnieuw plaatsen en een derde keer slepen 

Het tekenen van een pad voltooien

  1. Voltooi een pad op een van de volgende manieren:
    • Plaats de tool Pen op het eerste (lege) ankerpunt om een pad te sluiten. Er wordt een kleine cirkel weergegeven naast de aanwijzer van de tool Pen wanneer deze op de juiste plaats staat. Klik of sleep om het pad te sluiten.

    • Als u een pad geopend wilt houden, houdt u Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klikt u op een willekeurige plaats uit de buurt van de objecten.

Instellingen in de optiebalk

Wanneer u het standaardpentool gebruikt, zijn de volgende opties beschikbaar op de optiebalk:

  • Automatisch +/–, hiermee kunt u een ankerpunt toevoegen wanneer u op een lijnsegment klikt of een ankerpunt verwijderen wanneer u op het ankerpunt klikt.
  • Elastisch. Hiermee geeft u een voorvertoning weer van de padsegmenten als u de muisaanwijzer tussen het klikken door verplaatst. Klik op het pop-upmenu rechts van het pictogram Aangepaste vorm voor toegang tot deze optie.

Tool Pen voor vrije vorm

Met de pen voor vrije vorm kunt u tekenen alsof u met potlood op papier werkt. Ankerpunten worden automatisch toegevoegd terwijl u tekent. U bepaalt niet zelf waar de punten komen, maar u kunt ze wel verplaatsen zodra het pad is voltooid. Gebruik de pen als u de lijnen nauwkeuriger wilt bepalen.

  1. Selecteer de pen voor vrije vorm .

  2. Als u de gevoeligheid van het uiteindelijke pad wilt instellen voor bewegingen van de muis of de pen, klikt u op de pijl-omlaag naast de vormknoppen in de optiebalk en voert u een waarde in tussen 0,5 en 10,0 pixels voor Curve passend. Hogere waarden leveren een eenvoudiger pad met minder ankerpunten op.

  3. Sleep de aanwijzer in de afbeelding. Tijdens het slepen ontstaat in het spoor van de aanwijzer een pad. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt er een tijdelijk pad gemaakt.

  4. Plaats de aanwijzer van de pen op een eindpunt van het pad en sleep om verder te gaan met een bestaand pad met vrije vorm.

  5. Laat de muisknop los om het pad te voltooien. Als u een gesloten pad wilt maken, sleept u de lijn naar het beginpunt van het pad (er wordt een cirkeltje weergegeven naast de aanwijzer wanneer de aanwijzer op het beginpunt komt).

Tekenen met de opties voor de magnetische pen

De magnetische pen is een optie van de pen voor vrije vorm waarmee u een pad kunt tekenen dat zich aan de randen van bepaalde gebieden in de afbeelding hecht. U kunt het bereik en de gevoeligheid van het magnetisme, en ook de complexiteit van het resulterende pad instellen. De tools Magnetische pen en Magnetische lasso hebben veel gemeenschappelijke opties.

  1. Als u de tool Pen voor vrije vorm wilt omzetten in een Magnetische pen  , selecteert u Magnetisch in de optiebalk. U kunt ook op de pijl-omlaag naast de vormknoppen in de optiebalk klikken, Magnetisch selecteren en de volgende waarden instellen:
    • Voor Breedte voert u een pixelwaarde in tussen 1 en 256. Met de magnetische pen worden alleen randen binnen de opgegeven afstand van de aanwijzer geregistreerd.

    • Voer bij Contrast een percentage in tussen 1 en 100 om in te stellen hoeveel contrast tussen pixels nodig is om een rand te onderscheiden. Gebruik een hogere waarde bij afbeeldingen met weinig contrast.

    • Voer bij Frequentie een waarde in tussen 0 en 100 om aan te geven hoe snel ankerpunten worden geplaatst door de pen. Bij een hogere waarde wordt het pad sneller van ankers voorzien.

    • Als u met een drukgevoelig tekentablet werkt, kunt u Pendruk in- of uitschakelen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, neemt de breedte af bij een hogere pendruk.

  2. Klik in de afbeelding om het eerste fixeerpunt te plaatsen.
  3. Als u een segment uit de vrije hand wilt tekenen, verplaatst u de aanwijzer of sleept u langs de rand die u wilt volgen.

    Het laatst gemaakte segment van de rand blijft actief. Wanneer u de aanwijzer verplaatst, hecht het actieve segment zich aan de duidelijkste rand in de afbeelding en verbindt de aanwijzer zich met het laatste fixeerpunt. Af en toe voegt de magnetische pen fixeerpunten toe aan de rand om eerdere secties te verankeren.

    Klik om fixeerpunten toe te voegen en door te gaan met tekenen met de tool Pen in Photoshop
    Klik om fixeerpunten toe te voegen en door te gaan met tekenen.

  4. Als de lijn die u trekt zich niet aan de gewenste rand hecht, klikt u eenmaal om handmatig een fixeerpunt toe te voegen, zodat de lijn niet verschuift. Blijf de rand volgen en voeg fixeerpunten toe waar dat nodig is. Als er iets misgaat, kunt u op Delete drukken om het laatste fixeerpunt te verwijderen.
  5. Voer een van de volgende handelingen uit als u de eigenschappen van de magnetische pen dynamisch wilt veranderen:
    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep om een pad uit de vrije hand te tekenen.

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik om rechte segmenten te tekenen.

    • Druk op het rechte openingshaakje ([) om de breedte van de magnetische pen met 1 pixel te verminderen; druk op het rechte sluitingshaakje (]) om de penbreedte met 1 pixel te verhogen.

  6. Voltooi het pad:
    • Druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS) als u een open pad wilt beëindigen.

    • Dubbelklik om het pad met een magnetisch segment te sluiten.

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en dubbelklik om een pad met een recht segment te sluiten.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account