Vanaf de 2015-versie van Photoshop CC is de optie Bestand > Opslaan voor web verplaatst naar Bestand > Exporteren > Opslaan voor web (verouderd) samen met nieuwere exportopties.

Zie voor meer informatie over deze nieuwe exportopties Tekengebieden, lagen en meer exporteren.

Een bestand opslaan

Gebruik de opdracht Opslaan als u wijzigingen in het huidige bestand wilt opslaan of de opdracht Opslaan als om wijzigingen op te slaan in een ander bestand.

Wijzigingen opslaan in het huidige bestand

  • Selecteer Bestand > Opslaan.

    Het bestand blijft in de actieve indeling staan.

Een bestand opslaan onder een andere naam, in een andere indeling of op een andere locatie

  1. Kies Bestand > Opslaan als.

    Opmerking:

    Met de plug-in Camera Raw kunt u Camera Raw-afbeeldingsbestanden in een andere bestandsindeling opslaan, zoals Digital Negative (DNG).

  2. Kies een bestandsindeling in het menu Indeling.

    Opmerking:

    Onder in het dialoogvenster wordt een waarschuwing weergegeven als u een bestandsindeling kiest die niet alle kenmerken van het document ondersteunt. In dit geval is het verstandig een kopie van het bestand op te slaan in Photoshop-indeling of in een andere indeling waarin alle afbeeldingsgegevens wel worden ondersteund.

  3. Geef een bestandsnaam en een locatie op.
  4. Selecteer opslagopties in het dialoogvenster Opslaan als.
  5. Klik op Opslaan.

    Wanneer u in bepaalde indelingen opslaat, wordt een dialoogvenster weergegeven waarin u opties kunt kiezen.

    Opmerking:

    Als u een afbeelding wilt kopiëren zonder deze kopie op de vaste schijf op te slaan, gebruikt u de opdracht Dupliceren. Als u een tijdelijke versie van de afbeelding wilt opslaan in het geheugen, gebruikt u het deelvenster Historie om een opname te maken.

Opties voor het opslaan van bestanden

In het dialoogvenster Opslaan als hebt u de keuze uit verschillende opties voor het opslaan van bestanden. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van de afbeelding die u wilt opslaan en van de gekozen bestandsindeling.

Als kopie

Met deze optie slaat u een kopie van het bestand op. Het bestand zelf blijft geopend.

Alfakanalen

Met deze optie worden ook de alfakanaalgegevens opgeslagen. Als u deze optie uitschakelt, wordt de afbeelding zonder alfakanalen opgeslagen.

Lagen

Met deze optie worden alle lagen in de afbeelding gehandhaafd. Als deze optie niet beschikbaar is of als u de optie uitschakelt, worden alle zichtbare lagen tot één laag samengevoegd of verenigd (afhankelijk van de geselecteerde bestandsindeling).

Opmerkingen

Met deze optie worden notities bij de afbeelding opgeslagen.

Steunkleuren

Met deze optie worden ook de steunkleuren opgeslagen. Als u deze optie uitschakelt, wordt de afbeelding zonder steunkleuren opgeslagen.

Proeflees-instellingen gebruiken, ICC-profiel (Windows) of Kleurprofiel insluiten (Mac OS)

Maakt een document met beheerde kleuren.

Opmerking:

De volgende opties voor voorvertoningen en bestandsextensies zijn alleen beschikbaar als de optie Vragen bij opslaan van is geselecteerd bij Voorvertoningen afbeeldingen en Bestandsextensie toevoegen (Mac OS) in het deelvenster Bestandsbeheer van het dialoogvenster Voorkeuren.

Miniatuur (Windows)

Met deze opties worden de miniatuurgegevens bij het bestand opgeslagen.

Kleine letters voor extensie (Windows)

Met deze optie worden voor de extensie kleine letters gebruikt.

Opties voor Voorvertoningen afbeeldingen (Mac OS)

Met deze opties worden de miniatuurgegevens bij het bestand opgeslagen. In het dialoogvenster Openen worden de bestanden als miniatuur weergegeven.

Opties voor bestandsextensies (Mac OS)

Met deze opties stelt u in welke regels worden gehanteerd voor bestandsextensies. Selecteer Toevoegen als u de extensie voor het gekozen formaat aan de bestandsnaam wilt toevoegen en Kleine letters gebruiken als u wilt dat voor de extensie kleine letters worden gebruikt.

Voorkeuren voor het opslaan van bestanden instellen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • (Windows) Kies Bewerken > Voorkeuren > Bestandsbeheer.

    • (Mac OS) Kies Photoshop > Voorkeuren > Bestandsbeheer.

  2. Stel de volgende opties in:

    Voorvertoningen afbeeldingen

    Kies een optie voor het opslaan van voorvertoningen: Nooit opslaan om uw bestanden op te slaan zonder voorvertoning; Altijd opslaan om uw bestanden op te slaan met de voorvertoning die u hebt opgegeven; Vragen bij opslaan van om per bestand te bepalen of een voorvertoning wordt opgeslagen. In Mac OS kunt u een of meerdere voorvertoningstypen selecteren. (Zie Mac OS-voorvertoningsopties.)

    Bestandsextensie (Windows)

    Kies een optie voor de uit drie tekens bestaande bestandsextensie waarmee de indeling van het bestand wordt aangegeven: Hoofdletters gebruiken om bestandsextensies toe te voegen in hoofdletters en Kleine letters gebruiken om bestandsextensies toe te voegen in kleine letters.

    Bestandsextensie toevoegen (Mac OS)

    Bestandsextensies zijn noodzakelijk voor bestanden die u wilt kunnen gebruiken op of wilt overbrengen naar een Windows-systeem. Kies een optie voor het toevoegen van extensies aan bestandsnamen: Nooit om uw bestanden op te slaan zonder extensie; Altijd om alle bestanden op te slaan met een extensie; Vragen bij opslaan van om per bestand te bepalen of een extensie moet worden gebruikt. Als u Kleine letters gebruiken kiest, worden kleine letters voor de extensie gebruikt.

    Opslaan als naar oorspronkelijke map

    Afbeeldingen worden standaard opgeslagen in de oorspronkelijke map. Schakel deze optie uit als u bestanden standaard wilt opslaan in de laatst gebruikte map.

    Opslaan op achtergrond

    Als u Opslaan op achtergrond kiest, kunt u blijven werken in Photoshop nadat u de opdracht Opslaan hebt gekozen. U hoeft niet te wachten tot Photoshop het bestand heeft opgeslagen.

    Herstelinformatie automatisch opslaan

    Photoshop slaat automatisch herstelinformatie op na een interval dat u opgeeft. Als uw computer vastloopt, herstelt Photoshop uw werk wanneer u de computer opnieuw opstart.

Mac OS-voorvertoningsopties

In Mac OS kunt u een of meer van de volgende typen voorvertoning selecteren (waarbij u om het opslaan niet onnodig lang te laten duren en om de bestandsgrootte te beperken, alleen de voorvertoningen moet kiezen die u ook werkelijk nodig hebt):

Pictogram

Hiermee wordt de voorvertoning als pictogram op het bureaublad weergegeven.

Volledige grootte

Hiermee slaat u een versie van 72 ppi op voor toepassingen waarin alleen Photoshop-bestanden met een lage resolutie kunnen worden geopend. Voor niet-EPS-bestanden levert dit een voorvertoning in PICT-indeling op.

Macintosh-miniatuur

Hiermee wordt een voorvertoning weergegeven in het dialoogvenster Openen.

Windows-miniatuur

Hiermee wordt een voorvertoning opgeslagen die op Windows-systemen kan worden weergegeven.

Grote documenten opslaan

Photoshop ondersteunt documenten van maximaal 300.000 pixels in een willekeurige pixeldimensie en biedt drie bestandsindelingen voor het opslaan van documenten met afbeeldingen die groter zijn dan 30.000 pixels in een van beide pixeldimensies. Houd er rekening mee dat de meeste andere toepassingen, inclusief oudere versies van Photoshop dan Photoshop CS, geen bestanden kunnen verwerken die groter zijn dan 2 GB of afbeeldingen die groter zijn dan 30.000 pixels in een van beide pixeldimensies.

  • Kies Bestand > Opslaan als en selecteer een van de volgende bestandsindelingen:

    Indeling voor grote documenten (PSB)

    Biedt ondersteuning voor documenten van willekeurige grootte. Alle Photoshop-functies blijven behouden in PSB-bestanden (maar enkele plug-infilters zijn niet beschikbaar als documenten meer dan 30.000 pixels breed of hoog zijn). Momenteel worden PSB-bestanden alleen ondersteund door Photoshop CS en later.

    Photoshop Raw

    Ondersteunt documenten van elke pixeldimensie en bestandsgrootte, maar ondersteunt geen lagen. Als u grote documenten opslaat in de indeling Photoshop Raw, worden de lagen in deze documenten samengevoegd.

    TIFF

    Ondersteunt bestanden van maximaal 4 GB. Documenten die groter zijn dan 4 GB kunnen niet in de TIFF-indeling worden opgeslagen.

Lagen naar bestanden exporteren

U kunt lagen exporteren en opslaan als afzonderlijke bestanden in verschillende indelingen, zoals PSD, BMP, JPEG, PDF, Targa en TIFF. Lagen krijgen automatisch een naam als ze worden opgeslagen. U kunt voor het genereren van namen opties instellen.

  1. Kies Bestand > Exporteren > Lagen exporteren naar bestanden.

  2. Klik bij Doel in het dialoogvenster Lagen exporteren naar bestanden op Bladeren om een doelmap voor de geëxporteerde bestanden te selecteren. Standaard worden de gegenereerde bestanden opgeslagen in dezelfde map als het bronbestand.
  3. Typ een naam in het tekstvak Voorvoegsel bestandsnaam om een gemeenschappelijke naam op te geven voor de bestanden.
  4. Schakel de optie Alleen zichtbare lagen in als u alleen de lagen wilt exporteren waarvan de zichtbaarheid in het deelvenster Lagen is ingeschakeld. Gebruik deze optie als u niet alle lagen wilt exporteren. Schakel de zichtbaarheid uit van de lagen die u niet wilt exporteren.
  5. Kies een bestandsindeling in het menu Bestandstype. Stel de gewenste opties in.
  6. Selecteer de optie ICC-profiel opnemen als u het werkruimteprofiel in het geëxporteerde bestand wilt insluiten. Dit is van belang voor workflows met beheerde kleuren.
  7. Klik op Uitvoeren.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid