Gebruik de tools Object selecteren, Onderwerp selecteren, Snelle selectie of Toverstaf om snelle selecties te maken in Photoshop.

Definieer met selecties een gebied dat u verder kunt bewerken om uw afbeeldingen en composities te verbeteren. U kunt eenvoudig een van de verschillende selectietools in Photoshop gebruiken om snel een selectie te maken.

Tool Object selecteren

Geïntroduceerd in Photoshop 21.0 (versie van november 2019)

Tool Object selecteren in Photoshop

Opmerking:

Ziet u de tool Object selecteren niet in uw werkbalk? Zie Ontbrekende tools op de werkbalk.

De tool Object selecteren vereenvoudigt het selecteren van één enkel object of een deel van een object in een afbeelding, zoals mensen, auto's, meubels, huisdieren en kleding. U tekent gewoon een rechthoekig gebied of een lasso rond het object en de tool Object selecteren selecteert automatisch het object binnen het gedefinieerde gebied. De tool werkt beter op goed gedefinieerde objecten dan op gebieden zonder contrast. 

Bekijk deze video waarin Julieanne Kost zich verdiept in de verbeteringen van Onderwerp selecteren in Photoshop, de innovaties van de nieuwe tool Object selecteren en de verbeteringen van Vullen met behoud van inhoud: AI-verbeteringen in Photoshop 

U kunt de tool Object selecteren openen op de volgende locaties:

  • Vanuit het deelvenster Tools in het programma Photoshop. 
  • Vanuit het deelvenster Tools in de werkruimte Selecteren en maskeren.

De tool Object selecteren is handig als u slechts een van de objecten of een deel van een object in een afbeelding die meerdere objecten bevat, wilt selecteren. De opdracht Onderwerp selecteren is ontworpen om alle hoofdonderwerpen in de afbeelding te selecteren.

Voer de volgende stappen uit om objecten in een afbeelding te selecteren met de tool Object selecteren:

  1. Selecteer de tool Object selecteren in het deelvenster Tools.

  2. Kies een selectiemodus en definieer een gebied rond het object.

    Kies een selectiemodus op de optiebalk: Rechthoek of Lasso.

    • Rechthoekmodus: sleep de aanwijzer om een rechthoekig gebied rond het object te definiëren.
    • Lassomodus: teken een lasso buiten de grens van het object.

    Photoshop selecteert automatisch het object binnen het gedefinieerde gebied.   

  3. De selectie vergroten of verkleinen

    Klik op een van de selectieopties op de optiebalk: Nieuw, Toevoegen aan, Verwijderen uit of Doorsnede maken met de selectie. Nieuw is de standaardoptie als er niets is geselecteerd. Na de eerste selectie verandert deze optie automatisch in Toevoegen aan

    Toevoegen aan de selectie: houd de Shift-toets ingedrukt of selecteer Toevoegen aan selectie op de optiebalk en teken vervolgens een nieuwe rechthoek of een lasso rond het ontbrekende gebied. Herhaal dit proces voor alle ontbrekende gebieden die u aan de selectie wilt toevoegen.

    Verwijderen uit selectie: er zijn twee opties om gebieden te verwijderen uit de selectie:

    1. Gebruik de optie Verwijderen uit selectie op de optiebalk
      • Schakel de optie Object verwijderen op de optiebalk uit.
      • Houd de Option-toets (Mac)/Alt (Win) ingedrukt of selecteer Verwijderen uit selectie op de optiebalk en teken vervolgens een exacte rechthoek of een lasso rond de grens van het gebied dat u uit de selectie wilt verwijderen. 
    2. Gebruik de optie Object verwijderen op de optiebalk

    Object verwijderen is vooral handig als u achtergrondgebieden binnen de huidige objectselectie wilt verwijderen. U kunt Object verwijderen zien als het tegenovergestelde van Object selecteren. U kunt dus een ruwe lasso of een rechthoek tekenen rond het gebied dat u wilt verwijderen. Als u meer van de achtergrond in het lasso- of rechthoekgebied opneemt, krijgt u een beter resultaat.

    1. Schakel de optie Object verwijderen in op de optiebalk. 
    2. Houd de Option-toets (Mac)/Alt (Win) ingedrukt of selecteer Verwijderen uit selectie op de optiebalk en teken vervolgens een grove rechthoek of een lasso rond het gebied dat u wilt verwijderen uit de selectie.
  4. Opties voor objectselectie kiezen

    Monster nemen van alle lagen: maakt een selectie op basis van alle lagen in plaats van alleen de geselecteerde laag

    Rand verbeteren: kies deze optie om de blokvorming en oneffenheden in de selectieranden te verminderen. De selectie vloeit automatisch dichter naar de afbeeldingsranden toe en past in zekere mate de verfijning toe die u handmatig kunt toepassen in de werkruimte Selecteren en maskeren.

  5. De selectierand verder verfijnen in de werkruimte Selecteren en maskeren

    Als u de selectiegrens wilt aanpassen of de selectie wilt weergeven tegen verschillende achtergronden of als masker, klikt u op de optiebalk op Selecteren en maskeren.

Onderwerp selecteren

Geoptimaliseerd voor betere portretselecties in Photoshop 21.2 (juni 2020-versie)

Onderwerp selecteren in Photoshop

Met de opdracht Onderwerp selecteren kunt u het meest prominente onderwerp in een afbeelding met één muisklik selecteren. Onderwerp selecteren wordt met behulp van een leerfunctie getraind om allerlei objecten in een afbeelding, zoals mensen, dieren, voertuigen, speelgoed en nog veel meer, te herkennen. 

  1. Hiermee selecteert u automatisch onderwerpen

    Met Onderwerp selecteren selecteert u automatisch de prominente onderwerpen in uw afbeelding. Ga op een van de volgende manieren te werk om Onderwerp selecteren te openen:

    • Tijdens het bewerken van een afbeelding kiest u Selecteren > Onderwerp.
    • Tijdens het gebruik van de tools Object selecteren, Snelle selectie of Toverstaf klikt u op Onderwerp selecteren in de optiebalk.
    • Tijdens het gebruik van de tools Object selecteren of Snelle selectie in de werkruimte Selecteren en maskeren klikt u op Onderwerp selecteren in de optiebalk.

    Opmerking:

    Vanaf Photoshop 21.2 (juni 2020-versie) is Onderwerp selecteren nu inhoudsbewust en worden nieuwe aangepaste algoritmen toegepast wanneer een persoon in de afbeelding wordt gedetecteerd. Bij het maken van een selectie op portretbeelden is de behandeling rond het haargebied sterk verbeterd voor gedetailleerde selectie van haar. Als u het inhoudsbewustzijn tijdelijk wilt uitschakelen, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u Onderwerp selecteren uitvoert.  

  2. Toevoegen aan of verwijderen uit de selectie

    Gebruik een van de Selectietools met de opties Toevoegen aan selectie en Verwijderen uit selectie om de oorspronkelijke selectie op te schonen, indien nodig. Zie Selecties handmatig aanpassen.

  3. De selectie verfijnen in de werkruimte Selecteren en maskeren

    Kies Selecteren > Selecteren en masker om de afbeelding te openen in de werkruimte Selecteren en masker. Gebruik de tools en schuifregelaars in de werkruimte om de selectie verder op te schonen. 

    Zie Werkruimte Selecteren en maskeren.

Tool Snelle selectie

Met de tool Snelle selectie  kunt u snel een selectie 'tekenen' met gebruik van een aanpasbaar rond penseeluiteinde. Terwijl u sleept, wordt de selectie uitgebreid en worden de gedefinieerde randen in de afbeelding automatisch gevolgd.

  1. Selecteer de tool Snelle selectie . (Als de tool niet zichtbaar is, houdt u de tool Toverstaf  ingedrukt.)
  2. Klik op een van de selectieopties op de optiebalk: Nieuw, Toevoegen aan of Verwijderen uit.

    Nieuw is de standaardoptie als er niets is geselecteerd. Na de eerste selectie verandert deze optie automatisch in Toevoegen aan.

  3. Als u de grootte van het penseeluiteinde wilt wijzigen, klikt u op het pop-upmenu Penseel op de optiebalk en typt u een pixelgrootte of sleept u de schuifregelaar. Gebruik de opties in het pop-upmenu Grootte om het penseeluiteinde gevoelig te maken voor de pendruk of een pendrukschijf.

    Opmerking:

    Wanneer u een selectie aanbrengt, drukt u op het rechte sluitingshaakje (]) om de grootte van het penseeluiteinde van de tool Snelle selectie te vergroten. Druk op het rechte openingshaakje ([) om het penseeluiteinde te verkleinen.

  4. Kies opties voor de tool Snelle selectie:

    Monster nemen van alle lagen: maakt een selectie op basis van alle lagen in plaats van alleen de geselecteerde laag.

    Rand verbeteren: kies deze optie om de blokvorming en oneffenheden in de selectieranden te verminderen. Met Rand verbeteren vloeit de selectie automatisch dichter naar de afbeeldingsranden toe en wordt in zekere mate de verfijning toegepast die u handmatig kunt toepassen in de werkruimte Selecteren en maskeren.

  5. Teken in het gedeelte van de afbeelding dat u wilt selecteren. U ziet dat de selectie dan groter wordt. Als de selectie nogal langzaam wordt bijgewerkt, blijft u slepen om het systeem de kans te geven de selectie te voltooien. Als u dicht bij de randen van een vorm tekent, wordt het selectiegebied uitgebreid om de contour van de vormranden te volgen.

    Photoshop - Tekenen met de tool Snelle selectie
    Tekenen met de tool Snelle selectie om de selectie uit te breiden

    • Als u een gedeelte wilt verwijderen uit de selectie, klikt u op de optie Verwijderen uit op de optiebalk en sleept u over de bestaande selectie.
    • Houd Alt (Win) of Option (Mac) ingedrukt om tijdelijk te schakelen tussen Toevoegen aan selectie of Verwijderen uit selectie.
    • Als u de cursor van de tool wilt wijzigen, kiest u Bewerken > Voorkeuren > Cursors > Tekencursors (Win) of Photoshop > Voorkeuren > Cursors > Tekencursors (Mac). Kies Standaardpenseeluiteinde om de standaardcursor voor Snelle selectie weer te geven met een plus- of minteken dat de selectiemodus aangeeft.

    Opmerking:

    Als u ophoudt met slepen en in een nabijgelegen gebied klikt of sleept, wordt dit gebied opgenomen in de selectie.

  6. Klik op Selecteren en maskeren om het selectiekader verder aan te passen.

Tool Toverstaf

Met de toverstaf kunt u een deel van de afbeelding met een bepaalde kleur selecteren (bijvoorbeeld een rode bloem) zonder dat u de omtrek hoeft te volgen. U kunt het geselecteerde kleurbereik, ofwel de tolerantie, opgeven ten opzichte van de oorspronkelijke kleur waarop u hebt geklikt.

Opmerking:

U kunt de toverstaf niet gebruiken voor bitmapafbeeldingen of afbeeldingen met 32 bits per kanaal.

  1. Selecteer de tool Toverstaf . (Als u de tool niet kunt zien, maakt u het zichtbaar door de tool Snelle selectie ingedrukt te houden .)
  2. Kies een van de selectieopties in de optiebalk. De vorm van de aanwijzer van de toverstaf is afhankelijk van de geselecteerde optie.
    Photoshop - Selectieopties
    Selectieopties

    A. Nieuwe selectie B. Toevoegen aan selectie C. Verwijderen uit selectie D. Doorsnede maken met selectie 
  3. Selecteer in de optiebalk een van de volgende opties:

    Tolerantie: hiermee bepaalt u het kleurbereik van geselecteerde pixels. Geef een waarde tussen 0 en 255 pixels op. Door een lage waarde in te voeren selecteert u de weinige kleuren die veel gelijkenis vertonen met de pixel waarop u klikt. Met een hogere waarde selecteert u een groter kleurenbereik.

    Anti-aliased: hiermee maakt u een selectie met vloeiender randen.

    Aangrenzend: hiermee selecteert u alleen aangrenzende gebieden waarin dezelfde kleuren worden gebruikt. Anders worden alle pixels van de hele afbeelding waarin dezelfde kleuren worden gebruikt geselecteerd.

    Monster nemen van alle lagen: hiermee selecteert u kleuren waarin gebruik wordt gemaakt van gegevens van alle zichtbare lagen. Anders worden alleen kleuren in de actieve laag door de toverstaf geselecteerd.

  4. Klik in de afbeelding op de kleur die u wilt selecteren. Als u Aangrenzend hebt geselecteerd, worden alle aangrenzende pixels binnen het tolerantiebereik geselecteerd. Anders worden alle pixels binnen het tolerantiebereik geselecteerd.
  5. Klik op Selecteren en maskeren om de randen van de selectie verder aan te passen of om de selectie tegen een andere achtergrond of als een masker weer te geven.