Leer de basisbegrippen van het werken met lagen in Photoshop op de iPad.

Lagen bevatten de afbeeldingen, lettertypen en objecten die samen een gelaagd bestand vormen. Door de aanwezigheid van lagen kunt u inhoud op een laag verplaatsen, bewerken en ermee werken zonder dat de inhoud op andere lagen wordt beïnvloed. Gebruik lagen om meerdere afbeeldingen samen te stellen, tekst toe te voegen aan een afbeelding, filters toe te passen en aanpassingen uit te voeren.

Lagen worden gerangschikt in een stapel en kunnen worden weergegeven door te tikken op de compacte of detaillaag-weergave van de taakbalk in de werkruimte.

Maak prachtige composities

Laag-weergaven

U kunt ervoor kiezen om de lagen in uw document en andere laaggegevens op de taakbalk weer te geven. De beschikbare laag-weergaveopties zijn Compacte laag-weergave, Detaillaag-weergave en Verborgen laag-weergave.

Compacte laag-weergave

Compacte lagen-weergave

Tik op  op de taakbalk om alleen laagminiaturen weer te geven. Veeg naar links op een miniatuur om het toegepaste masker te bekijken, indien er een is toegepast op de laag.

Detaillaag-weergave

Compacte lagen-weergave

Tik op  op de taakbalk om laagnamen, zichtbaarheid en miniaturen van de laag en het toegepaste masker weer te geven, indien er een is toegepast op de laag.

Verborgen laag-weergave

Deselecteer de compacte laag-weergave en de detaillaag-weergave om beide laagweergaven op het canvas te verbergen.

Laageigenschappen

Tik op  van de taakbalk om de laageigenschappen te openen:

Miniatuur: geeft de laagminiatuur en -naam weer.

Overvloeiopties: u kunt verschillende speciale effecten creëren met behulp van overvloeiopties — dekking- en overvloeimodus.

  • Dekking: gebruik de schuifregelaar Dekking om het algehele dekkingsniveau van een laag aan te passen. Met dekking bepaalt u in welke mate de geselecteerde laag zichtbaar is of wordt verborgen. Een laag met een dekking van 1% is vrijwel transparant, terwijl een laag met een dekking van 100% ondoorzichtig is. Voor meer informatie over de manier waarop de dekking werkt in Photoshop, gaat u naar Laagdekking en -overvloeien.
  • Overvloeimodus: de modus voor overvloeien van een laag bepaalt hoe de pixels van de laag overvloeien in pixels in onderliggende lagen van de afbeelding. Met behulp van overvloeimodi die beschikbaar zijn in de vervolgkeuzelijst kunt u kiezen uit een lijst met speciale effecten. Zie Overvloeimodi voor meer informatie over overvloeiopties in Photoshop.
Laageigenschappen

Uitgeknipte aanpassing toevoegen: voegt een uitgeknipte aanpassingslaag toe aan de huidige laag — Helderheid/contract, Zwart/wit, Kleurbalans, Curves , Belichting, Kleurtoon/verzadiging, Niveaus en Levendigheid.

Effecten: deze functie wordt nog niet ondersteund voor de iPad. Adobe werkt aan het toevoegen van meer mogelijkheden en workflows in Photoshop die u in toekomstige versies op uw iPad kunt gebruiken.

Slimme filters: deze functie wordt nog niet ondersteund voor de iPad. Adobe werkt aan het toevoegen van meer mogelijkheden en workflows in Photoshop die u in toekomstige versies op uw iPad kunt gebruiken.

Afmetingen: geeft de afmetingen weer van de huidige laaggrenzen.

Een laag toevoegen en een naam geven

Tik op  op de taakbalk om een nieuwe laag toe te voegen. De nieuwe laag wordt ingevoegd boven de geselecteerde laag. Om een laag een naam te geven of de naam ervan te wijzigen, opent u de detaillaag-weergave (). Tik tweemaal op de naam van de laag om het dialoogvenster Naam van laag wijzigen weer te geven. Typ een naam voor de laag en tik op Naam wijzigen om de naam te bevestigen.

U kunt ook lang indrukken om extra laagopties weer te geven: Nieuwe laag, Aanpassingslaag, Nieuwe lege groep en Plakken als nieuwe laag.

Zichtbaarheid van laag

U kunt de inhoud van een bepaalde laag tonen of verbergen met de optie Zichtbaarheid van laag () die beschikbaar is op de taakbalk. Tik op  op de taakbalk of in de detaillaag-weergave om de inhoud van een geselecteerde laag te verbergen. Tik nog een keer om de inhoud van de laag weer te geven. 

Laagmasker

U kunt een masker toevoegen aan een laag om delen van de laag weer te geven en andere delen te verbergen door op het pictogram van het laagmasker () te tikken. In de gebieden waar de laag wordt gemaskeerd (verborgen), zijn de onderliggende lagen zichtbaar. Het maskeren van lagen is bijzonder handig wanneer u verschillende foto's combineert tot één afbeelding, of een persoon of object uit een foto wilt verwijderen.

U kunt een laagmasker bewerken als u elementen aan het gemaskerde gebied wilt toevoegen of eruit wilt verwijderen. Gebieden die u zwart kleurt op het masker, verbergen die gebieden van de laag. Gebieden die u wit kleurt op het masker zijn zichtbaar. Voor gebieden die u op het masker in grijstinten kleurt, wordt de laag in verschillende transparantieniveaus weergegeven.

Tik op het pictogram voor de zichtbaarheid van het masker () om het masker tijdelijk onzichtbaar te maken, zodat u de volledige laag kunt zien zonder dat het masker is toegepast. 

Standaard is een laag of groep gekoppeld aan het laagmasker. Tik op () om de koppeling tussen een laag en een masker te verbreken. Hiermee kunt u de laag-afbeelding en het masker onafhankelijk van elkaar verplaatsen.

Uitknipmasker

Met een uitknipmasker kunt u de inhoud van een laag gebruiken om de bovenliggende lagen te maskeren. Het maskeren wordt bepaald door de inhoud van de onderste laag, de basislaag. De niet-transparante inhoud van de basislaag knipt (onthult) de inhoud van de lagen erboven in het uitknipmasker. Alle andere inhoud in de uitkniplaag wordt uitgefilterd. Wanneer de laag die moet worden bijgesneden, is geselecteerd, tikt u op het uitknipmasker-pictogram () en de laag eronder wordt gebruikt om de laag te knippen. Extra lagen kunnen bovenaan worden geplaatst en in dezelfde vorm worden geknipt.

De bovenste laag is de laag die moet worden uitgeknipt. In de middelste laag wordt bepaald wat moet worden bijgesneden. De onderste laag is de onderste laag die wordt weergegeven wanneer de bovenste laag wordt bijgesneden.

Een uitknipmasker toevoegen in Photoshop op de iPad
Een uitknipmasker toevoegen in Photoshop op de iPad

Filters en aanpassingen

Tik op  op de taakbalk om het deelvenster Filters en aanpassingen te openen.

Gaussiaans vervagen: hiermee past u de geselecteerde hoeveelheid (van 0,1 in 1000) Gaussiaanse vervaging toe op een laag.

Omkeren: hiermee wordt de inhoud van de laag omgekeerd.

Filters en aanpassingen
Filters en aanpassingen in Photoshop op de iPad

Handelingen voor lagen

Tik op  op de taakbalk om het deelvenster Handelingen voor lagen te openen.

Laag vergrendelen: hiermee vergrendelt u de laag, zodat deze niet kan worden bewerkt.

Laag verwijderen: hiermee verwijdert u de actieve laag.

Naam van laag wijzigen: hiermee wijzigt u de naam van de actieve laag.

Bijgesneden aanpassing toevoegen: hiermee voegt u een geknipte aanpassingslaag toe aan de geselecteerde laag.

Begin de modus voor meervoudige selectie: hiermee kunt u meerdere lagen selecteren.

Laag dupliceren: hiermee dupliceert u de actieve laag.

Laag kopiëren: hiermee kopieert u een selectie of laag die moet worden geplakt.

Alles selecteren: hiermee selecteert u alle inhoud van de actieve laag.

Laden als selectie: hiermee selecteert u alle niet-transparante gebieden op een laag of, als er een laagmasker is, alle niet-gemaskerde gebieden. Het selecteren van deze gebieden is handig als u tekst of afbeeldingsinhoud wilt selecteren die wordt omgeven door transparante gebieden of die transparante gebieden bevat, of als u een selectie wilt maken waarmee u gemaskerde gebieden op een laag wilt uitsluiten.

Laag samenvoegen: hiermee voegt u alle lagen van een document met meerdere lagen samen tot één vlak.

Verenigenhiermee wordt de actieve laag samengevoegd met de onderliggende laag.

Zichtbaar verenigenhiermee voegt u alle zichtbare lagen in de actieve laag samen.

Deelvenster Handelingen voor lagen
Deelvenster Handelingen voor lagen in Photoshop op de iPad

Uw lagen beheren

Selecteer meerdere lagen

U kunt meerdere lagen selecteren om mee te werken. Selecteer de compacte laag-weergave of de detaillaag-weergave en tik op het pictogram Laaghandelingen (). Selecteer Multiselectiemodus beginnen in het deelvenster Laaghandelingen dat wordt geopend. In de modus Laag selecteren worden selectievakjes weergegeven naast elke laagminiatuur in de laagweergave. Tik alleen op de selectievakjes naast de miniaturen van de lagen die u wilt selecteren. Tik op Gereed in de modus Laag selecteren of Annuleren om de selectie te sluiten.

Lagen groeperen en degroeperen

U kunt meerdere lagen selecteren die u wilt groeperen, zoals hierboven is beschreven. Tik op het mappictogram () om de lagen samen te groeperen. Als u lagen wilt degroeperen, gaat u als volgt te werk:

  1. Selecteer de gegroepeerde laag.
  2. Tik op het pictogram met drie puntjes () op de taakbalk.
  3. Tik op het pictogram van de open map () om lagen te degroeperen.

Lagen opnieuw ordenen

Als u een laag opnieuw wilt ordenen, drukt u lang op de miniatuur van de laag die u wilt verplaatsen en verplaatst u deze naar de gewenste locatie in de laagstapel.