Leer hoe u de werkruimte Selecteren en maskeren in Photoshop kunt gebruiken.

Nauwkeurige selecties en maskers maken in Photoshop is nu sneller en eenvoudiger dan ooit. Met een speciale nieuwe werkruimte kunt u nauwkeurige selecties en maskers maken. Gebruik tools zoals het penseel Randen verfijnen om de elementen op de voorgrond en achtergrond duidelijk van elkaar te scheiden en nog veel meer. 

De werkruimte Selecteren en maskeren vervangt het dialoogvenster Randen verfijnen in eerdere versies van Photoshop en biedt dezelfde functionaliteit op een gestroomlijnde wijze. Voor meer informatie raadpleegt u Tools.

De werkruimte Selecteren en maskeren starten

Open een afbeelding in Photoshop en voer een van de volgende handelingen uit:
  • Kies Selecteren > Selecteren en maskeren.
  • Druk op Ctrl+Alt+R (Windows) of Cmd+Option+R (Mac).
  • Activeer een selectietool zoals Snelle selectie, Toverstaf of Lasso. Klik vervolgens op Selecteren en maskeren in de optiebalk.
De knop Selecteren en maskeren in de optiebalk
Optiebalk | De knop Selecteren en maskeren
  • Klik in het deelvenster Eigenschappen op Selecteren en maskeren voor een laagmasker. U kunt het standaardgedrag van de tool instellen zodat als u dubbelklikt op een laagmasker, de werkruimte Selecteren en maskeren wordt geopend. Dubbelklik voor de eerste keer simpelweg op een laagmasker en stel het gedrag in. Of selecteer Voorkeuren > Tools > Dubbelklikken op laagmasker start werkruimte Selecteren en maskeren.

Gebruikersinterface

Werkruimte Selecteren en maskeren
Werkruimte Selecteren en maskeren

A. Toolopties B. Tools C. Aanpasbare eigenschappen 

Overzicht van de tools

De werkruimte Selecteren en maskeren bevat een combinatie van bekende en nieuwe tools:

Selectietools
Overzicht van de tools in de werkruimte Selecteren en maskeren: A. Snelle selectie B. Penseel Randen verfijnen C. Penseel D. Objectselectie E. Lasso F. Handje G. Zoomen

Tool Snelle selectie: maak snelle selecties op basis van overeenkomsten qua kleur en structuur wanneer u het gebied dat u wilt selecteren, klikt of sleept. De selectie die u maakt hoeft niet nauwkeurig te zijn, omdat de tool Snelle selectie automatisch en intuïtief een rand maakt.

Voor een nog soepelere gebruikservaring klikt u tijdens het gebruik van de tool Snelle selectie op Onderwerp selecteren in de optiebalk om automatisch de meest prominente onderwerpen in uw afbeelding met één muisklik te selecteren.

Ga naar Snelle selecties maken voor meer informatie over deze tool.

Tool Penseel Randen verfijnen:hiermee kunt u het randgebied waarin randverfijningen plaatsvinden, nauwkeurig aanpassen. Teken bijvoorbeeld over zachte gebieden, zoals haar of een vacht, om kleine details aan de selectie toe te voegen. Druk op de haaktoetsen op uw toetsenbord om de penseelgrootte te wijzigen

Tool Penseel: maak eerst een ruwe selectie met de tool Snelle selectie (of een andere selectietool) en verfijn vervolgens de selectie met de tool Penseel Randen verfijnen. Gebruik nu de tool Penseel om de details bij te werken.

Gebruik de tool Penseel om selecties op twee eenvoudige manieren te verfijnen: teken over het gebied dat u wilt selecteren in de modus Toevoegen of teken over gebieden die u niet wilt selecteren in de modus Verwijderen.

Tool Object selecteren: hiermee tekent u een rechthoekig gebied of een lasso rond een object. De tool Object selecteren zoekt en selecteert automatisch het object in het gedefinieerde gebied.

Tool Lasso: hiermee tekent u willekeurig gevormde selectiekaders. Met deze tool kunt u nauwkeurige selecties maken.

Ga naar Selecteren met de lasso voor meer informatie.

Tool Veelhoeklasso: hiermee tekent u meerdere rechte-lijnsegmenten van een selectiekader. Met deze tool kunt u selecties met rechte zijden of met een willekeurige vorm maken. U kunt deze tool selecteren uit de opties die worden weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop op de tool Lasso klikt.

Ga voor meer informatie naar Selecteren met de tool Veelhoeklasso

Tool Handje: hiermee navigeert u snel door een afbeeldingsdocument. Selecteer deze tool en sleep rond het beeldcanvas. U kunt de tool Handje ook in- of uitschakelen door de spatiebalk ingedrukt te houden terwijl u een andere tool gebruikt.

Tool Zoomen: hiermee kunt u vergroten en in de foto navigeren.

Optiebalk

Optiebalk
Werkruimte Selecteren en maskeren: optiebalk

Toevoegen of Verwijderen: Vergroot of verklein het verfijningsgebied. Pas zo nodig de penseelgrootte aan.

Monster nemen van alle lagen: hiermee maakt u een selectie op basis van alle lagen in plaats van alleen de geselecteerde laag

Onderwerp selecteren: hiermee selecteert u met één muisklik de belangrijkste onderwerpen op een foto

Haar verfijnen: hiermee kunt u eenvoudig met één muisklik ingewikkelde haarselecties zoeken en verfijnen. Combineer deze optie met Behoud van object voor de beste resultaten.

De selectie verfijnen

U kunt uw selectie verfijnen in het deelvenster Eigenschappen in de werkruimte Selecteren en maskeren. U doet dit door de volgende instellingen aan te passen:

Instellingen voor weergavemodus

Weergavemodus: kies in het pop-upmenu Weergave een van de volgende weergavemodi voor uw selectie:

  • Semitransparante lagen (O): hiermee wordt de selectie gevisualiseerd als een schema met geanimeerde semitransparante lagen
  • Geanimeerd (M): visualiseert de selectiekaders als animatie
  • Bedekken (V): visualiseert de selectie als een transparante kleurbedekking. Niet-geselecteerde gebieden worden getoond in die kleur. De standaardkleur is rood. 
  • Op zwart (A): plaatst de selectie op een zwarte achtergrond
  • Op wit (T): plaatst de selectie op een witte achtergrond
  • Zwart en wit (K): visualiseert de selectie als een zwart-witmasker
  • Op lagen (Y): omringt de selectie met transparante gebieden

Druk op F om de modi te doorlopen. Druk op X om tijdelijk alle modi uit te schakelen.

Rand tonen: Toont het verfijningsgebied.

Origineel weergeven: hiermee wordt de originele selectie getoond.

Voorvertoning van hoge kwaliteit: hiermee maakt u een nauwkeurige voorvertoning van de wijzigingen. Deze optie kan van invloed zijn op de prestaties. Als deze optie geselecteerd is, houdt u tijdens het bewerken van de afbeelding de linkermuisknop ingedrukt om een voorvertoning in hoge resolutie te bekijken. Als deze optie uitgeschakeld is, wordt ook als de muisknop ingedrukt is een voorvertoning in lage resolutie weergegeven.

Transparantie/dekking: hiermee stelt u de transparantie/dekking voor de weergavemodus in.

Verfijnmodi

Stel de methode voor randverfijning in met Randdetectie, Haar verfijnen en de tool Penseel Randen verfijnen.

  • Behoud van kleur: kies deze modus voor eenvoudige of contrasterende achtergronden.
  • Behoud van object: kies deze modus voor haar of vacht tegen complexe achtergronden.

Instellingen voor randdetectie

Straal: hiermee bepaalt u de omvang van de selectierand waarin de randverfijning plaatsvindt. Gebruik een kleine straal voor scherpe randen en een grotere straal voor zachte randen.

Slimme straal: hiermee stelt u een verfijningsgebied met variabele breedte in rond de rand van de selectie. Deze optie is onder meer handig wanneer uw selectie een portret is dat zowel haar als schouders omvat. In dergelijke portretten vereist het haar mogelijk een groter verfijningsgebied dan de schouders, waar de rand strakker is.

Instellingen voor globale verfijningen

Vloeiend: kies deze optie om onregelmatigheden (pieken en dalen) in de randen van de selectie te reduceren voor een vloeiendere omtrek

Doezelaar: hiermee vervaagt u de overgang tussen de selectie en de omringende pixels

Contrast: bij een hogere waarde voor contrast springen de overgangen met zachte randen langs het selectiekader duidelijker in het oog. Over het algemeen werken de optie Slimme straal en de verfijningstools beter.

Rand verschuiven: hiermee verplaatst u zachte randen naar binnen als u een negatieve waarde kiest of naar buiten als u een positieve waarde kiest. Wanneer u de randen naar binnen verschuift, verdwijnen ongewenste achtergrondkleuren uit de selectieranden.

Uitvoerinstellingen

Kleuren zuiveren: hiermee vervangt u kleurranden door de kleur van volledig geselecteerde, nabijgelegen pixels. De mate van kleurvervanging is evenredig aan de zachtheid van de selectieranden. Stel de schuifregelaar in om het percentage zuivering aan te passen. 100% (maximale sterkte) is de standaardwaarde. Aangezien u met deze optie de pixelkleur verandert, dient u er een nieuwe laag of een nieuw document voor te maken. Bewaar echter de originele laag, zodat u deze desgewenst kunt herstellen.

Uitvoer naar: hiermee bepaalt u of de verfijnde selectie een selectie of masker op de huidige laag wordt of resulteert in een nieuwe laag of een nieuw document.

uitvoerinstellingen
Uitvoerinstellingen

Opmerking:

  • Klik op (De werkruimte opnieuw instellen) om terug te keren naar de oorspronkelijke situatie bij het openen van de werkruimte Selecteren en maskeren. Deze optie herstelt ook de oorspronkelijke selecties/maskers die waren toegepast op de afbeelding toen u de werkruimte Selecteren en maskeren opende.
  • Selecteer Instellingen onthouden om de instellingen op te slaan voor toekomstige afbeeldingen. De instellingen worden opnieuw toegepast op alle toekomstige afbeeldingen, inclusief de huidige afbeelding als deze opnieuw wordt geopend in de werkruimte Selecteren en maskeren.

De werkruimte Selecteren en maskeren gebruiken

Julieanne Kost van Adobe legt uit hoe u eenvoudig, exact en efficiënt selecties en maskers maakt met de optie Selecteren en maskeren in Photoshop.
Julieanne Kost