U kunt de inhoud van een selectie, pad of laag vullen met een kleur of een patroon. U kunt ook kleur toevoegen aan de omtrek van een selectie of pad; dit wordt omlijnen genoemd.

Vullen met het emmertje

Met het emmertje vult u alle nabijgelegen pixels met vergelijkbare kleurwaarden met de kleurwaarde van de pixels waarop u klikt.

Opmerking:

Het emmertje kan niet worden gebruikt bij afbeeldingen in bitmapmodus.

  1. Kies een voorgrondkleur. (Zie Een kleur kiezen in de toolset.)
  2. Selecteer de tool Emmertje .

    Opmerking:

    Het emmertje bevindt zich in dezelfde groep als de tool Verloop op de toolbalk. Als u het emmertje niet kunt vinden, klikt u op de tool Verloop en houdt u de muisknop ingedrukt om het emmertje te openen.

  3. Geef op of u de selectie wilt vullen met de voorgrondkleur of met een patroon.
  4. Stel de gewenste overvloeimodus en dekking in voor de verf. (Zie Overvloeimodi.)

  5. Geef de gewenste tolerantie op voor het vullen.

    De tolerantie bepaalt hoe vergelijkbaar een pixel qua kleur moet zijn (met de pixel waarop u klikt) om te worden gevuld. U kunt een waarde opgeven van 0 tot 255 pixels. Bij een lagere tolerantie heeft het emmertje alleen effect op kleuren die zeer sterk overeenkomen met de kleur waarop u klikt. Bij een hogere tolerantie is het kleurbereik waarbinnen de pixels worden gevuld groter.

  6. Selecteer Anti-alias als u wilt dat de randen vloeiend worden gemaakt als de selectie eenmaal is gevuld.
  7. Selecteer Aangrenzend als u alleen de pixels wilt vullen die direct grenzen aan de pixel waarop u klikt. Selecteer deze optie niet als u alle overeenkomende pixels in de afbeelding wilt vullen.
  8. Selecteer Alle lagen als u wilt dat pixels worden gevuld op basis van de verzamelde kleurinformatie uit alle zichtbare lagen.
  9. Selecteer het deel van de afbeelding dat u wilt vullen. Alle opgegeven pixels binnen de opgegeven tolerantie worden gevuld met de voorgrondkleur of met het patroon.

    Als u in een laag de transparante gebieden niet wilt vullen, zorgt u ervoor dat de transparantie van de laag is vergrendeld in het deelvenster Lagen. (Zie Lagen vergrendelen.)

Een selectie of laag vullen met een kleur

  1. Kies een voor- of achtergrondkleur. (Zie Een kleur kiezen in de toolset.)
  2. Selecteer het gebied dat u wilt vullen. Als u een complete laag wilt vullen, selecteert u de laag in het deelvenster Lagen.
  3. Selecteer Bewerken > Vullen om de selectie of laag te vullen. Als u een pad wilt vullen, selecteert u het en kiest u vervolgens Pad vullen in het menu van het deelvenster Paden.
  4. Kies bij Gebruik in het dialoogvenster Vullen een van de volgende opties of selecteer een aangepast patroon:

    Voorgrondkleur, Achtergrondkleur, Zwart, 50% grijs of Wit

    Hiermee vult u de selectie met de opgegeven kleur.

    Opmerking:

    Als u een CMYK-afbeelding vult met de optie Zwart, vult Photoshop alle kanalen met 100% zwart. Het is mogelijk dat daarbij de maximumhoeveelheid inkt van de printer wordt overschreden. Bij het vullen van een CMYK-afbeelding kunt u het beste de optie Voorgrond gebruiken en als voorgrondkleur een geschikte tint zwart kiezen.

    Kleur

    Hiermee vult u de selectie met de kleur die u in de Kleurkiezer hebt geselecteerd.

  5. Stel de gewenste overvloeimodus en dekking in voor de verf. (Zie Overvloeimodi.)

  6. Als u in een laag werkt en alleen de gebieden met pixels wilt laten vullen, kiest u Transparantie behouden.
  7. Klik op OK om de vulling toe te passen.

    Opmerking:

    Als u de voorgrondkleur gebruikt en alleen gebieden met pixels wilt laten vullen, drukt u op Alt+Shift+Backspace (Windows) of Option+Shift+Delete (Mac OS). Hierdoor blijft de transparantie van de laag behouden. Als u de achtergrondkleur gebruikt en alleen gebieden met pixels wilt laten vullen, drukt u op Ctrl+Shift+Backspace (Windows) of Command+Shift+Delete (Mac OS).

Vullen met historie, inhoud behouden of patronen

Voor informatie over de optie Bewerken > Vullen met behoud van inhoud in Photoshop CC 20.0 (release van oktober 2018), zie Vullen met behoud van inhoud.

  1. Selecteer het deel van de afbeelding dat u wilt vullen.
  2. Kies Bewerken > Vullen.

    Opmerking:

    Druk op de achtergrondlaag op Delete of Backspace om het dialoogvenster Vullen snel te openen.

  3. Selecteer een van de volgende opties in het menu Gebruik:

    Inhoud behouden

    De selectie wordt naadloos gevuld met vergelijkbare afbeeldingsinhoud uit de nabije omgeving. U bereikt het beste resultaat wanneer u een selectie maakt die iets doorloopt in het gebied dat u wilt repliceren. (Meestal is een snelle selectie met de lasso of het selectiekader voldoende.)

    Opmerking:

    Bij vullen met behoud van inhoud wordt op elkaar lijkende inhoud willekeurig samengesteld. Als u niet tevreden bent met het resultaat, kiest u Bewerken > Ongedaan maken en past u een andere vulling met behoud van inhoud toe.

    Kleuraanpassing

    (Standaard ingeschakeld) Mengt op algoritmische wijze de kleur van de vulling met de omliggende kleur

    Vullen met behoud van inhoud met Kleuraanpassing
    Kleuraanpassing gebruiken voor vullen met behoud van inhoud

    Patroon

    Klik op het omgekeerde driehoekje naast het voorbeeldpatroon en selecteer een patroon in het pop‑updeelvenster. via het menu in het pop‑updeelvenster kunt u extra patronen laden. Selecteer de naam van een patroonbibliotheek of kies Patronen laden en ga vervolgens naar de map die de gewenste patronen bevat.

    (CC, CS6) U kunt ook een van de vijf meegeleverde scriptpatronen toepassen om gemakkelijk verschillende geometrische vulpatronen te maken. Selecteer Scriptpatronen onder aan het dialoogvenster Opvullen en kies vervolgens een vulpatroon in het pop-upmenu Script.

    Opmerking:

    Als Patroon grijs is, dient u een patroonbibliotheek te laden. Daarna kunt u een selectie maken. (Zie Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren.)

    Historie

    Het geselecteerde gebied wordt hersteld naar de bronstaat of naar de opname die is ingesteld in het deelvenster Historie.

Vullen met behoud van inhoud
Vullen met behoud van inhoud

A. Maak een selectie die iets overloopt in het gebied dat u wilt repliceren. B. Vervang de selectie naadloos door een vulling met behoud van inhoud. 

Het canvas vullen

Het afbeeldingsgebied wordt omringd door het canvas. U kunt het canvas vullen met een andere kleur die duidelijker contrasteert met een bepaalde afbeelding.

  1. Klik met de rechtermuisknop op het canvas en kies Grijs, Zwart of Aangepast. (Kies Aangepaste kleur selecteren om de aangepaste kleur op te geven.)

Selecties of lagen omlijnen met een kleur

Met behulp van de opdracht Omlijnen kunt u een gekleurd kader aanbrengen rond een selectie, laag of pad. Als u op deze manier een kader maakt, wordt het kader een in pixels omgezet gedeelte van de huidige laag.

Opmerking:

Gebruik het laageffect Omlijnen in plaats van de opdracht Omlijnen als u een vorm- of laagkader wilt maken dat u net als bedekkingen kunt in- of uitschakelen en waarop anti-aliasing is toegepast, zodat u hoeken en randen met zachtere randen kunt maken. Zie Laageffecten en laagstijlen.

  1. Kies een voorgrondkleur.
  2. Selecteer de laag die of het gebied dat u wilt omlijnen.
  3. Kies Bewerken > Omlijnen.
  4. Geef in het dialoogvenster Omlijnen de gewenste breedte op voor het kader met een harde rand.
  5. Geef bij Locatie op of het kader binnen, buiten of gecentreerd over de selectie of laaggrenzen moet worden aangebracht.

    Opmerking:

    Als de laaginhoud de volledige afbeelding vult, is een omlijning die u buiten de laag toepast wellicht niet zichtbaar.

  6. Stel de overvloei- en dekkingsmodus in. (Zie Overvloeimodi.)

  7. Als u in een laag werkt en alleen de gebieden met pixels wilt laten omlijnen, kiest u Transparantie behouden. (Zie Lagen vergrendelen.)

Een cirkel of vierkant tekenen

U kunt een cirkel of vierkant tekenen met de tools Ovaal of Rechthoekig selectiekader. Vervolgens voegt u een lijn (deze wordt een omlijning genoemd) toe aan het selectiekader. Een selectie omlijnen is een snelle methode om een rand of kader toe te voegen rond een object. U kunt alle selecties die u met de selectietools maakt omlijnen.

  1. Klik in het deelvenster Lagen op de knop Nieuwe laag  om een nieuwe laag voor de cirkel of het vierkant te maken. Als u de cirkel of het vierkant op een eigen laag plaatst, kunt u er eenvoudiger mee werken.
  2. Selecteer de tool Ovaal selectiekader  of Rechthoekig selectiekader  in de toolset.
  3. Sleep in het documentvenster om de vorm te maken. Houd Shift ingedrukt terwijl u sleept om een cirkel of vierkant te maken.
  4. Kies Bewerken > Omlijnen.
  5. Typ een waarde voor Breedte in het dialoogvenster Omlijnen en klik vervolgens op het kleurstaal om het dialoogvenster Adobe Kleurkiezer te openen.
  6. Zoek in het dialoogvenster Adobe Kleurkiezer het gewenste kleurbereik met behulp van de driehoekige schuifregelaars op de kleurenspectrumbalk en klik vervolgens op de gewenste kleur in het kleurveld. De kleur die u selecteert, verschijnt in de bovenste helft van het kleurstaal. De oorspronkelijke kleur blijft staan in de onderste helft. Klik op OK.
  7. Stel de plaats voor de lijn ten opzichte van het kader in door Binnen, Midden of Buiten te kiezen. Pas de andere instellingen naar wens aan en klik op OK. Photoshop tekent de lijn met de kleur- en lijninstellingen die u hebt opgegeven.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid